Het theoretisch kader: van struikelblok naar springplank

Je kunt er niet omheen: het theoretisch kader in je scriptie. Voor veel studenten blijkt het een struikelblok. Wat moet erin, hoe kom ik aan literatuur en hoe verwerk ik dat?

Ik hoor het veel van studenten met een afgekeurde scriptie: ‘Mijn scriptie had volgens de beoordelaars te weinig diepgang’ of ‘Ik moet er meer literatuur bij halen, zeiden ze’. En inderdaad, een blik op het theoretisch kader in hun scriptie maakt duidelijk dat een en ander mager is uitgewerkt. Voor velen is de functie van het theoretisch kader dan ook nog onduidelijk. En ze weten vaak niet hoe ze aan relevante literatuur moeten komen.

De functie van het theoretisch kader in een scriptie

Jouw onderzoek moet ingebed zijn in bestaand onderzoek. Dat is waarom je een theoretisch kader moet opnemen. Het moet aansluiten bij wat al is onderzocht en het verder helpen. En in het verlengde ervan: nodeloze herhaling van onderzoek moet worden voorkomen. Onderzoek moet immers vernieuwend zijn, het moet iets toevoegen aan de kennis die er al is over jouw onderwerp. Dus, als je je doel en je centrale vraag hebt geformuleerd, moet je eerst jezelf de vraag stellen: Wat is er in de wetenschappelijke literatuur al bekend over mijn specifieke onderwerp? Je gaat daarvoor op zoek naar artikelen over de kernbegrippen in je onderzoeksvraag.

Met het literatuuronderzoek voor je theoretisch kader breng je dus in kaart wat al uitgevoerd onderzoek aan het licht heeft gebracht over jouw vraag. Het paradoxale eraan is dat je vooral ook wilt weten wat er nog niet bekend is of waar nog geen zekerheid over bestaat. Daar haak je dan op in met jouw onderzoeksvraag. En met jouw eigen onderzoek vul je vervolgens die ‘kennisleemte’ iets op. Je voegt nieuwe kennis toe aan wat er al over bekend was.

Literatuur vinden voor je theoretisch kader

Om literatuur te vinden duiken studenten vaak hun eigen (studie)boekenkast in en – natuurlijk – Google. Alle bruikbare hits die ze krijgen, beschouwen ze als ‘literatuur’. Het gevolg is dat het theoretisch kader dat eruit volgt mager is en lang niet altijd betrouwbare informatie bevat. Voor een stevig theoretisch kader heb je wetenschappelijke informatie nodig: uitkomsten uit goed uitgevoerd onderzoek. Artikelen hebben daarbij de voorkeur boven boeken, omdat onderzoeksuitkomsten als eerste gepubliceerd worden in artikelen. Boeken bevatten vaak al oudere data.

Twee handige en makkelijke manieren om aan dat soort artikelen te komen, zijn de volgende:

  1. Gebruik de wetenschappelijke zoekmachine van Google: scholar.google.nl. Deze zoekmachine speurt alleen wetenschappelijke bronnen af. Resultaten zijn dan ook vaak wetenschappelijke artikelen in pdf. Sommige zijn alleen tegen betaling te downloaden. Maar manier twee kan dan een oplossing zijn.
  2. Raadpleeg de biblio- of mediatheek van je opleiding: die heeft abonnementen op een variëteit aan vakbladen maar ook wetenschappelijk tijdschriften. Kopieën van artikelen die je op internet hebt gevonden, kun je daar meestal gratis aanvragen en verkrijgen. Maak daarnaast vooral ook gebruik van de online database die de mediatheek heeft. Weet je niet hoe die werkt? Kijk of er een online tutorial is. En anders is er vast een medewerk(st)er die het je wil uitleggen.

Het theoretisch kader als springplank

Als je een goed uitgewerkt theoretisch kader hebt, dan dient dat als een springplank voor je eigen onderzoek. Je weet veel beter waar je het over hebt (definities) en waar je je op moet richten. Bovendien heb je in al die artikelen kennis genomen van onderzoeksmethoden die zijn toegepast en daar kun je ook je voordeel mee doen. Tel uit je winst!

Wil je meer weten over hoe je een theoretisch kader schrijft? Kijk bij de scriptietips op Scriptieklasje.nl. Als je je registreert (kosteloos), heb je bovendien toegang tot uitgebreidere uitleg. En da’s geen theorie, maar gewoon heel praktisch!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *